Eindexamen 2019

Welkom op de informatie pagina voor het eindexamen 2019. Hier vind je praktische informatie van examenroosters tot aan handige tips! (bron: https://www.examenblad.nl/)

De uitslag van het eindexamen

Nee. De eis ‘geen cijfer lager dan 4’ geldt voor de eindcijfers. In de CE-regel komt zo’n eis niet voor. Het gemiddelde CE-cijfer moet minimaal 5,5 zijn. Dat is ook met een 3 in principe haalbaar.

Er zijn echter ook vakken die alleen met een CE worden afgerond, bijvoorbeeld het beroepsgerichte vak, als de school daarvoor heeft gekozen. In dat geval is een 3,1 voor het cspe wel ‘dodelijk’. Als dan ook nog het cspe in de derde klas is afgenomen, ontstaat een vrij uitzichtloze situatie, waarvan overwogen moet worden of je een leerling wel zo het eindexamenjaar in moet laten gaan.

Gemiddelden van de resultaten van de centrale examens per vak en schooltype worden elk jaar in september gepubliceerd in het Examenverslag op de website van Cito. Dit zijn de gemiddelden gebaseerd op de steekproef van Cito ten behoeve van de normering. De praktijk leert dat de uiteindelijke cijfers van de gehele groep kandidaten niet sterk afwijken van die in de steekproef.

Naast de gemiddelde cijfers bevat het verslag ook algemene gegevens over het verloop van de examencampagne. Over percentages geslaagden is aan de hand van deze gegevens nog niets te zeggen. In de gegevens voor de normering ontbreken de schoolexamencijfers, de resultaten voor de herkansing en de vakkenpakketten van de kandidaten.

Om het effect van de verscherpingen in de uitslagregelingen te volgen, stelt de afdeling Informatieproducten van DUO jaarlijks de zogenaamde Examenmonitor op. Deze verschijnt doorgaans in november en wordt door de minister aan de Tweede Kamer gezonden. In deze monitor staan allerlei cijfers en feiten met betrekking tot de eindexamens van het afgelopen schooljaar, waaronder de gemiddelde cijfers van de centrale examens.

Op de site ‘Scholen op de kaart‘ maken scholen aan de hand van onder andere kerncijfers inzichtelijk wat de kwaliteit is van de school. De gemiddelden van de centrale examens, het slaag/zakpercentage en andere gegevens met betrekking tot het eindexamen worden daarbij opgenomen. Ook is daar een vergelijking met de rest van Nederland te vinden. Deze gegevens zijn gebaseerd op de aan BRON geleverde gegevens. Doorgaans worden deze in het najaar zichtbaar in Scholen op de kaart.

Vanaf het centraal examen 2012 geldt de exameneis dat het gemiddelde van de CE-cijfers minimaal 5,5 moet zijn. De CE-eis gaat over alle CE-cijfers van alle bij de uitslag betrokken vakken.

Dus:

Ook het cspe telt gewoon mee en wel één keer.

Cijfers voor vakken zónder CE (maatschappijleer 1 vmbo, wiskunde D havo, etc.) tellen niet mee. Let op: als een leerling havo/vwo twee ‘nieuwe’ kunstvakken doet (bijvoorbeeld kunst-drama en kunst-muziek) dan heeft maar één van de twee een CE, het andere vak heeft dan een uitgebreid SE. Dat laatste vak telt dus niet mee!

CE uit twee delen

Als een centraal examen uit twee delen bestaat, dan telt het uiteindelijke CE-cijfer mee. Een CE met twee delen komt op dit moment weinig voor; alleen bij beeldend vmbo, het oude kunstvak tehatex vwo, en het beroepsgerichte programma landbouw KB. Als een CE uit twee delen bestaat, dan wordt (ook voor deze regel) op de gebruikelijke wijze het CE-cijfer voor het vak berekend.

Voorbeeld

Een leerling haalt 5,3 voor het cpe beeldend, 5,8 voor het cse beeldend. Het gemiddelde van die twee is 5,55. Omdat een CE-cijfer één decimaal heeft, wordt dat afgerond naar 5,6. De 5,6 wordt betrokken in de nieuwe CE-eis.

(Belangrijk: deze leerling heeft dus 5,6 voor het CE. Als hij 5,3 voor het SE heeft, is zijn gemiddelde van SE en CE 5,45. Omdat het eindcijfer een geheel getal is zonder decimalen, en er geen regel is die tussentijds afronden voorschrijft, wordt het eindcijfer in dit geval 5).

Extra vak

Op een extra vak kan een leerling ook door de 5,5-eis voor het ce niet zakken. De algemene regel omtrent extra vakken geldt voor de gehele uitslagregel inclusief de ce-eis. Als een kandidaat door weglating van het resultaat van een vak kan slagen, dan moet de directeur dat vak buiten beschouwing laten. Het wordt wel op de cijferlijst vermeld, tenzij de kandidaat daartegen expliciet bezwaar heeft gemaakt. Als een vak buiten beschouwing wordt gelaten (meer dan één vak mag ook) dan moet wel een volledig examen overblijven. Simpel voorbeeld: Nederlands weglaten mag nooit. Een en ander is geregeld in artikel 48 lid 3 in combinatie met artikel 52 lid 3 van het Eindexamenbesluit VO.

Bovenstaande impliceert dat als een leerling alleen door het meetellen van een extra vak kan slagen, hij dus slaagt. Dat hij met het ‘minimumpakket’ niet aan de eisen voldoet, doet niet ter zake.

Voorbeelden

Enkele voorbeelden, steeds vereenvoudigd. Zaken als LO, sectorwerkstuk en dergelijke zijn voor de overzichtelijkheid in de lijstjes weggelaten. Op die punten is de regeling ook niet veranderd.

Voorbeeld 1: Leerling TL

 

SE

CE

Eindcijfer

Ne

5,5

5,5

6

En

5,5

5,5

6

Du

5,6

5,4

6

wi

5,5

5,5

6

nask1

5,5

5,5

6

bi

5,5

5,5

6

ec

5,5

5,5

6

De 5,4 voor Duits doet deze leerling de das om bij de CE-eis. Echter, hij heeft in meer vakken examen afgelegd dan het vereiste minimum. Duits kan worden weggelaten, ook zonder Duits past hij nog in een sector (in meerdere zelfs). En met weglating van Duits voldoet hij wél aan de CE-eis. Hij kan ervoor kiezen om Duits wel op zijn cijferlijst te vermelden. Dan heeft hij een cijferlijst waarop het gemiddelde van zijn CE-cijfers niet voldoende is. En toch is hij geslaagd.

Voorbeeld 2: leerling TL

 

SE

CE

Eindcijfer

Ne

5,5

5,5

6

En

5,5

5,5

6

Du

5,6

5,4

6

wi

5,5

5,5

6

nask1

5,5

5,5

6

bi

1,4

5,5

3

ec

5,5

5,5

6

Deze leerling voldoet op twee punten niet aan de eisen. De 5,4 voor het CE Duits zorgt voor niet voldoen aan de CE-eis. De 3 voor biologie (eindcijfer) was al op grond van de eerdere uitslagregels fataal. Echter, hij heeft wel een vak meer dan het vereiste minimum. Dat helpt hem hier niet!

Immers, voor de CE-eis moet Duits worden weggelaten en voor de andere uitslagregel biologie. Dan zijn beide vakken ‘verdwenen’ en houdt hij niet een volledig examen over.

Voorbeeld 3: leerling KB, bouwbreed met extra vak Spaans

 

SE

CE

Eindcijfer

Ne

5,5

5,5

6

En

5,8

5,2

6

Sp

7,0

8,0

8

wi

6,0

5,2

6

nask1

6,1

5,0

6

bouwbreed

5,8

5,3

6

Zonder Spaans zou deze leerling niet aan de CE-eis voldoen (let op: cspe telt in deze regel maar één keer). Met Spaans echter is hij royaal geslaagd.

Voor havo en vwo geldt voor elke uitslag vanaf de cursus 2012-2013 de kernvakkeneis: In het rijtje Nederlands, Engels en wiskunde mag maar ten hoogste één vijf voorkomen. Dus nauwkeuriger:

Om te kunnen slagen moet de kandidaat voor deze drie vakken halen:

  • Eén 5 en verder 6 of hoger
  • Of – uiteraard – alles 6 of hoger.
     
    Voor het vwo kwam hier in 2017 de rekentoets bij. In het rijtje Nederlands, Engels, wiskunde èn de rekentoets mocht ten hoogste één vijf staan. Echter, in 2018 telt ook op vwo de rekentoets niet mee. De rekentoets speelt derhalve ook geen rol meer in de kernvakkenregel, noch op vwo, noch op havo.

Gaat het hier om eindcijfers of om CE-cijfers?

In deze eis gaat het om de eindcijfers van de drie vakken, dus het gemiddelde van SE en CE afgerond op een geheel cijfer.

Kun je slagen met eindcijfers 4,5 – 5,5 – 5,5?

Eindcijfers zijn gehele getallen. In dit voorbeeld dus 5 – 6 – 6 en dat blijft binnen de kernvakkeneis.

Hoe moet je handelen als iemand meer wiskundevakken doet?

Als iemand in meer wiskundevakken eindexamen heeft gedaan telt slechts één van die vakken mee binnen de kernvakkenregeling. Wiskunde D is een vak dat alleen naast wiskunde B mag worden gekozen. Dan is wiskunde B het kernvak; bij de bepaling van de uitslag mag dat in de kernvakkenregel niet worden verwisseld met wiskunde D.

CM-ers havo doen niet verplicht wiskunde. Wat dan?

Als een CM-leerling geen wiskunde doet, geldt de kernvakkenregel uitsluitend voor Nederlands en Engels. Als een CM-leerling wel wiskunde A of B doet, dan telt het vak mee voor de kernvakkenregel. Voor de CM-leerling geldt dan wel de algemene regel m.b.t. het extra vak. Met andere woorden: als zonder wiskunde A een aan de eisen voldoend pakket kan worden gevormd, mag wiskunde A buiten beschouwing worden gelaten.

Van docenten die Engels op havo-niveau onderwijzen heeft het CvTE berichten ontvangen, waarin zij aangaven de indruk te hebben dat de centrale examens Engels havo de laatste jaren makkelijker zijn geworden. Zij zien voor het kernvak Engels hogere cijfers op het CE, maar ervaren geen vaardigheidsstijging bij de leerlingen in de klas. Wat is hier aan de hand?

De uitleg in het artikel ‘Vroeger waren de examens Engels veel moeilijker, toch?’ geeft hierop antwoord.

Ja en nee. Nee, het vak heeft niet voldoende omvang om mee te tellen als verplicht groot vak in het vrije deel. Maar naast een groot vak in het vrije deel mag kunst (algemeen) wel in de uitslag meetellen. Het vak mag met zijn cijfer op de cijferlijst worden vermeld, en het cijfer kan meetellen voor een eventueel benodigde compensatie.

N.B. Twee ‘kleine’ vakken zijn samen geen groot vak.

Normering bij het eindexamen

De data van bekendmaking van de normering worden jaarlijks opgenomen in de activiteitenplanning.

De normeringsterm van het eerste tijdvak geldt als ‘basis’ voor het tweede tijdvak. Daarnaast worden de afnamegegevens van het tweede tijdvak examen geanalyseerd. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat aan het tweede tijdvak kandidaten deelnemen die een meer gevarieerde groep vormen dan de populatie bij het eerste tijdvak. Daarom kijken we naar de deelpopulatie met een onvoldoende in het eerste tijdvak. Als deze kandidaten slechter scoren dan in het eerste tijdvak, dan is dat een signaal dat het tweede tijdvak moeilijker is. De N-term wordt overeenkomstig vastgesteld.

Terecht willen examensecretarissen precies weten hoe de afronding met het oog op de 5,5-eis is geregeld. Verwarring moet op de drukke uitslagdag worden voorkomen.

De afrondingsregel is in beginsel eenvoudig:

Per kandidaat is er een lijst van CE-cijfers (zie de veelgestelde vraag Welke cijfers tellen mee?) Van die lijst wordt het rekenkundig gemiddelde bepaald. Dat rekenkundig gemiddelde moet voldoende zijn, dat wil zeggen ten minste 5,5 of hoger.

Dat wil dus zeggen: u bepaalt het rekenkundig gemiddelde en bekijkt of dat lager of hoger is dan 5,5. Bij 5,5 of hoger voldoet de kandidaat aan de eis m.b.t. het gemiddelde voor het ce.

Een gemiddelde van 5,48333 is lager dan 5,5.

Regelgeving over afronding

Het Eindexamenbesluit VO regelt expliciet of, hoe en hoe ver examenresultaten voor de berekening van de uitslag moeten worden afgerond. En regelt niet hoe het binnen het schoolexamen moet als er geen CE op het SE volgt. Dat laatste heeft bij het SE geleid tot de praktijk van het tussentijds afronden: gemiddelde van de resultaten maatschappijleer 1 is 5,46. Dat wordt 5,5 en daarna 6.

Dat is een valide regeling (mits uiteraard door de school voor elke leerling toegepast en in het examenreglement vastgesteld). De school heeft de ruimte om het zo te regelen, maar wordt daartoe niet verplicht. Binnen het SE is tussentijds afronden niet voorgeschreven, maar wel toegestaan. Het is verstandig de afronding van de schoolexamencijfers vast te leggen in het Examenreglement (dus ook als er niet tussentijds wordt afgerond), al is het maar om een jaarlijkse discussie hierover te voorkomen.

Zodra (ook) cijfers voor het centraal examen in het geding zijn, stopt de keuzevrijheid van de school en is een en ander in regels vastgelegd:

  • Het eindcijfer (dat op het grootste deel van de uitslagregels van toepassing is) is een geheel getal
  • Het SE-cijfer van een vak zonder CE is eveneens een geheel getal. Dat gehele getal is dan meteen het eindcijfer
  • Het SE-cijfer van een vak mét CE is een getal met één decimaal
  • Het CE-cijfer van een vak is een getal met één decimaal (zelfs als er geen SE is. Dat kan alleen bij kunst algemeen havo en vwo – bij leerlingen die alleen ‘de theorie’ doen)

Als dus:

  • van een kandidaat een eindcijfer voor een vak moet worden bepaald

Dan worden de delen gemiddeld en daarna op een geheel getal afgerond. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.

Voorbeeld: 5,3 SE en 5,6 CE. Gemiddeld 5,45. Het eerste getal na de komma is een 4 en derhalve moet er naar beneden worden afgerond.

  • van een kandidaat het combinatiecijfer moet worden bepaald

Dat is het gemiddelde van een aantal gehele getallen. En het gemiddelde ook weer zonder tussentijds afronden een geheel getal. 6 + 6 + 7 = 19.

19 : 3 = 6.333.. en wordt 6.

  • van een kandidaat het CE-cijfer moet worden bepaald als het CE uit twee delen bestaat

Elk deel heeft één decimaal; bijvoorbeeld CPE 5,4 en CSE 5,3. Het CE-cijfer moet een cijfer met één decimaal worden. Het gemiddelde van 5,4 en 5,3 is 5,35 wordt 5,4.

CE-eis

De CE-eis werkt met CE-eindcijfers. Allemaal resultaten in één decimaal dus – want elk CE-cijfer is een cijfer in één decimaal. Die resultaten worden gemiddeld. En dat gemiddelde moet voldoende zijn. Voldoende wil zeggen: 5,5 of hoger.

Voorbeeld

Een lijst 5,5; 5,5; 5,5; 5,5; 5,5; 5,4 geeft gemiddeld 5,48333. NIET tussentijds afronden, want nergens is geregeld dat dat moet. 5,48333 is lager dan 5,5.

In een tabel zou dat er dan als volgt uit zien:

Aantal bij uitslag betrokken CE-cijfers

minimaal aantal punten

4

22,0

5

27,5

6

33,0

7

38,5

8

44,0

De schaallengte is samen met de normeringsterm en de score van de kandidaat nodig om het cijfer te berekenen.

De lengtes van de scoreschalen centraal (schriftelijk) examen worden opgenomen in de mededelingen over de cijferbepaling die na de normering aan de scholen verzonden worden.

Meer over de normering vindt u in het onderwerp normering.

Het cijfer voor het centraal examen kan nooit hoger zijn dan het cijfer 10.

Sluit Menu
0